Gre Brouwenstijn

Gré Brouwenstijn als Leonore

"...Gré Brouwenstijn heeft hier, en over de grenzen, reeds vele malen bewezen een voortreffelijke Leonore te zijn..."

Algemeen Handelsblad.

".....De meest bewonderenswaardige prestatie leverde echter Gré Brouwenstijn, die met haar uitbeelding van Leonore een maximum aan vocale schoonheid en diep doorleefde uitbeeldingskracht gaf. Ze heeft zich met deze vertolking ongetwijfeld onder de beste Leonore's van deze tijd gerangschikt...".

Het Binnenhof.

 

 

Gré, piep jong

Gré Brouwenstijn werd op 26 augustus 1915 in Den Helder geboren. Vader was, vanzelf sprekend, bij de marine. Haar zangtalent openbaarde zich pas in de hoogste klas van de lagere school, waar ze van de meester niet mee mocht zingen, omdat ze (naar eigen zeggen) overal bovenuit blèrde. De eerste, die Gré Brouwenstijn naar waarde inschatte, was Nico van der Linden, de leider van het zangkoor waar ze inmiddels opzat: ... Gré, ga toch zangles nemen. Je hebt goud in je keel."

Via haar leraar Duits, kwam ze in contact met de directeur van het Muzieklyceum te Amsterdam, waar ze inmiddels woonde en die zag wel wat in haar. Ze werd aangenomen op het lyceum en kreeg les bij Jaap Stroomenbergh, vervolgens bij Boris Pelsky. Ze was toen 16 jaar oud.

Haar carrière verliep aanvankelijk rustig. Haar debuut bij de Nederlandse Operastichting maakte zij in december 1939 als één der drie dames in Mozart's 'Die Zauberflöte' (de andere dames waren de sopraan Ruth Horna en de alt Ans Stroink), waarna in januari 1940 nog een optreden volgde als Giulietta in 'Hoffmanns Vertellingen' (Hoffmann, tenor Michel Gobets). De oorlogsjaren hebben een vroege doorstart van haar carrière verhinderd en behalve een optreden op 30 juni 1944 in 'Suor Beatrice' van Frans Ruivenkamp, volgde pas na de oorlog een optreden (op voorspraak van bariton Theo Baylé) als Tosca. Die opvoering was een groot succes. Gedurende de eerste jaren daarna, zong Gré Brouwenstijn voornamelijk in Nederland, vooral Verdi, maar ook Mozart, Beethoven, Strauss (Johann en Richard) en Mascagni. In 1953 maakte zij haar debuut in Covent Garden als Aida na deze rol al met veel succes bij de Nederlandse Opera vertolkt te hebben. Haar debuut in Bayreuth in 1954 betekende het begin van een belangrijke Wagner carrière, die haar bij de Festspiele van 1956 eveneens tot een gevierde Freia (Das Rheingold), Sieglinde (Die Walküre), Gutrune (Götterdämmerung) en Evchen (Die Meistersinger) zou maken. Haar Senta (Der fliegende Holländer) en Elsa (Lohengrin) zou Bayreuth echter nooit te horen krijgen. In 1957 ontstond namelijk een breuk met de familieWagner, omdat door verplichtingen elders, o.a. het Holland Festival, ze zich genoodzaakt zag, een uitnodiging van Bayreuth af te slaan en dat werd haar niet in dank af genomen. Ze mocht dan een van de weinige grote "jugendliche-dramatische" sopranen zijn, als je een uitnodiging van Bayreuth afsloeg, hoefde je er helemaal niet meer terug te komen. In Bayreuth heeft zij nooit meer gezongen, maar ze heeft nog wel elders, in door Wieland Wagner geregisseerde voorstellingen opgetreden.

Gré, als Jiulietta uit Hoffmanns Vertellingen

Vier jaar later, na haar sensationele debuut in Bayreuth, vierde zij opnieuw triomfen, nu in Covent Garden, met Verdi's Don Carlos, in de inmiddels legendarische enscenering van Luchino Visconti. Haar mede zangers: Fedora Barbieri, Jon Vickers, Tito Gobbi ( voor mij één van de allergrootste baritons) en Boris Christoff. Ik weet nog dat ik die voor het eerst hoorde als de Druïden priester in de Norma met Callas van 1962. Het moet een diepe indruk op me gemaakt hebben.

Haar grootste rol was ongetwijfeld Leonore in Beethoven's Fidelio. Een rol, waarin eigenschappen als geestelijke adel, innerlijke warmte en opofferings gezindheid maximaal aanwezig zijn en die haar als een handschoen pasten. Zij begreep, dat alleen mooi zingen niet genoeg was, maar dat de zang moest voorkomen uit het personage, dat zij moest uitbeelden. En zij wàs Leonore als zij op het toneel stond. In 1949 zong zij de rol voor het eerst en zij nam er afscheid mee van het toneel op februari 1971. Zij heeft er triomfen mee gevierd van Berlijn tot Buenos Aires en gold als de Leonore bij uitstek.

Gré, in haar glansrol Leonore

 Helaas is er van een officiëele plaatopname nooit iets gekomen. Er waren wel voorbereidingen, samen met Bruno Walter, maar door voortijdig overlijden van BrunoWalter is het helaas nooit zo ver gekomen. Misschien komt er nog ooit een opname vanuit de archieven van de Nederlandse Omroep Vereniging, waar mogelijk nog wel wat aanwezig is! *) Het verbaast me soms, dat kleine buitenlandse labels dat wel doen, ik denk hierbij vooral aan de opnames met Magda Olivero. En kwalitatief stond de opnametechniek hier in Nederland op grote hoogte.

Haar laatste optreden was op juni 1971 in de RAI te Amsterdam met het Concertgebouw Orkest o.l.v. Bernard Haitink. Gré Brouwenstijn, die 14 december 1999 op 84-jarige leeftijd in Amsterdam overleed, was zonder enige twijfel een van de grootste operazangeressen die Nederland in de twintigste eeuw heeft voortgebracht.

*) Inmiddels is één en ander inderdaad opgedoken en belangrijker ...... uitgebracht!

Verdi, D'amor sull'ali rosee Il Trovatore :

 

Discografie & Recensies

Afscheid

Nieuwe cd uitgaven