Catharina van Rennes

Catharina van Rennes - (1858-1940)

Van de Nederlandse vrouwelijk componisten was Catharina van Rennes de enige die reeds bij leven een grote bekendheid genoot en waarvan de composities zowel uitgegeven als gespeeld, c.q. uitgevoerd werden. Bij de eerste serie opnames van Julia Culp in 1906 te Berlijn zat naast composities van Schubert, Loewe, Rubinstein, Brahms en Wolf er ook één bij van Catharina van Rennes, het 'Wiegeliedje' uit 'Voorjaarsbloemen', opus 1 op tekst van Antheunis: "En over de weide daar blonk er de zon". Sommige van haar composities voor kinderen zijn nu nog bekend, al weten velen niet wie er eigenlijk de componist van is, zoals: 'Hela gij bloempjes' ...slaapt gij nu nog, Mei is gekomen, ontwaakt nu dan toch, enz. (Meimorgen), 'Het Angelus klept in de verte' en 'Drie kleine kleutertjes'... die zaten op het hek, boven op het hek, enz.

Catharina van Rennes, (later als 'van Rennès' geschreven i.v.m. een juiste uitspraak van haar naam) werd op 2 augustus 1858 te Utrecht geboren als dochter van Jan van Rennes - een graanhandelaar - en Marianna Josepha de Jong. Er werden drie kinderen geboren in het gezin, Catharina had nog een jongere broer Jacob en zuster Francine. Haar muzikale aanleg erfde zij van haar vader die als tenor zong in het Toonkunstkoor. Jan van Rennes (hij zong nog in het koor toen hij over de zeventig was !) leerde zijn kinderen naar muziek te luisteren door hen op de piano te zetten als hij speelde. Hij gaf Catootje tevens haar eerste pianolessen, lessen die in praktijk werden gebracht door thuis samen met haar broer en zus voor familie en kennissen te musiceren. Op de zangschool van de heer van Schaik (1867) bleek haar muzikale begaafdheid door haar gevoel voor ritme en het speels gemak om feilloos van blad te kunnen zingen.

Vanaf haar twaalfde bezocht Catharina de Zangschool van Richard Hol. Toen deze opging in de Muziekschool der afdeeling Utrecht van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, zette zij haar studie bij Hol voort in de vakken muziektheorie, pedagogie, compositie en solozang. Terzelfder tijd volgde ze zanglessen bij de vermaarde concertzanger Johan Messchaert. Op 5 oktober 1883 slaagde Catharina - daartoe opgeleid door Th.L. van der Wurff - voor klavierspel en -onderricht, en op 30 juni 1884 behaalde zij het diploma zangonderwijs en solozang. Nog tijdens haar opleiding bij Hol componeerde zij Voorjaarsbloemen, haar opus 1, waarin o.a. het Wiegeliedje dat Hol zelf ook al op muziek had gezet. Hij moest toegeven dat Catharina's versie beter was dan zijn muziek.

Toen Cath. van Rennes haar solozangexamen deed voor de commisieleden Richard Hol, Mr. van Riemsdijk, Daniël de Lange en Johan Meschaert, bracht Messchaert Catootje even in een benauwde toestand door de volgende vraag te stellen: "Als U eens een tenorzanger als élève (leerling, J.L.) kreeg juffrouw van Rennes, waar zou U dan het eerst mee beginnen?" "Mijnheer, zei ik, dan zou ik beginnen hem dadelijk naar U toe te sturen, en te zeggen, dat ik geen heren-élèves aanneem". Grote hilariteit, en ik dacht al gelukkig van de vraag af te zijn. Maar jawel, Messchaert liet zich met zijn tenor niet zomaar afschepen, en was niet tevreden voor ik enige wetenswaardigheden over 's mans keelkop enz. had ten beste gegeven".

Jo Vincent in de tijd toen zij als 'Juffrouw Jo' assistente was van Catharina van Rennes

Van Rennes had haar studie nog niet voltooid toen zij al in 1878 af en toe werd gevraagd als zangeres op te treden. Onmiddellijk na haar eindexamen nam Daniël de Lange haar op in zijn Amsterdamsch a Capella-Koor, waarmee zij onder meer in 1885 als soliste in de Londense Albert Hall oud-Nederlandse liederen bracht, die door de Times zeer gunstig werden beoordeeld. Daarna zong zij onder leiding van Richard Hol de sopraansolo in Das Paradies und die Peri en Der Rose Pilgerfahrt van Robert Schumann en trad ze op bij talrijke liederenavonden en in verscheidene oratoria. Veel succes oogstte zij met haar vertolking van De Schipbreuk , een lang gedicht op muziek gezet door Johan Wagenaar en dat ook onder diens leiding werd uitgevoerd. Haar uitvoering van de humoristische sopraansolo werd onnavolgbaar genoemd.

Toen Anton Tierie in 1908 *) in het Concertgebouw Wagenaar's Schipbreuk nogmaals ging uitvoeren, vroeg hij ook Cath. van Rennes als soliste, maar zij antwoordde: "Het is treurig als een vrouw bemerkt, dat zij oud wordt, maar het is nog treuriger als zij het niet bemerkt ... Maar daarom niet getreurd! Er is velerlei anders dat mijn leven vult en rijk maakt! Verspil dus uw krachten niet aan mij: ze zouden toch 'schipbreuk' lijden! Niet mopperen hoor! Diep in uw binnenste moet u toch wel een beetje respect hebben voor mijn besluit. 't Kostte mij meer dan u wel denkt misschien!"

*) In 1908, bij het bereiken van de vijftigjarige leeftijd, beëindigde zij haar loopbaan als zangeres om zich geheel aan het componeren en haar pedagogische arbeid te gaan wijden.

Catharina van Rennes, componiste(Foto Frans Hals, Den Haag)

Op 22-jarige leeftijd - 1880 - begon Catharina van Rennes haar befaamde carrière als pedagoge toen zij, op aanbeveling van Richard Hol, een ziek geworden zangleraar aan een kostschool te Baarn verving. Toen Richard Hol in 1887 stopte met zijn solozangklas aan de Utrechtse Muziekschool, lag het geheel in de lijn der verwachting dat zijn ex-leerling, Catharina van Rennes, gevraagd zou worden hem in deze functie op te volgen. Deze fel begeerde betrekking ging evenwel aan haar neus voorbij; vermoedelijk werd ze niet benoemd omdat men vreesde dat haar scherpe tong tot conflicten met de leerlingen zou leiden. De teleurstelling was groot. Verbitterd ondertekende zij korte tijd later een brief aan een vriendin met de woorden: 'C.v.R., gediplomeerd en gepasseerd door de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst' . Wel werd haar een kinderzangklas aangeboden, maar dit aanbod wees zij van de hand.

Van Rennes besloot nu zelf het heft in handen te nemen en richtte in november 1887 een eigen zangschool voor kinderen op, 'Bel Canto' genaamd, die eerst was gehuisvest in de Fransche Bewaarschool, op het terrein van de Pieterskerk en vanaf 1901 in haar grote herenhuis aan de Brigittenstraat te Utrecht. Later opende zij dépendances in Hilversum, Amsterdam en Den Haag, waar ze eveneens zelf les gaf. Haar leerlingen waren kinderen van goeden huize. Voor de ouders en andere belangstellenden organiseerde zij 'matinees voor kinderen en kindervrienden'. Grote bekendheid kreeg haar school toen de jonge prinses Juliana van 1916 tot 1921 in klassikaal verband zangonderwijs kreeg in het Haagse Paleis Noordeinde. Het gezongen repertoire bevatte aanvankelijk liedjes van Hol uit de Jeugdigde Zanger, maar allengs vooral haar eigen composities zoals: Voorjaarsbloemen, opus 1, Jong Holland, opus 4, Meizoentjes, opus 11, Windekelken, opus 21 en de duettenalbums Lenteleven, opus 5 en Levenslust, opus 15.

Eén van haar beroemdste leerlingen, de concertzangeres Jo Vincent, herinnerde zich hoe als de kinderen allen in de kamer waren 'de juffrouw' steeds statig de kamer binnenschreed, vervolgens zong 'in een gebroken accoord: ''Dag, lieve kinderen'', waarop wij zingend antwoorden: ''Dag juffrouw''. En de juffrouw weer op dezelfde wijze: ''Gaat het goed?'', en wij weer: ''Best''. Zij was een voortreffelijke pedagoge.

Gedurende vijfenveertig jaar heeft Van Rennes 'Bel Canto' geleid, daarbij langdurig ter zijde gestaan door haar zuster Francine Esselink-van Rennes, die de lessen aan de piano begeleidde en de voorbereidende klassen voor haar rekening nam. Tevens gaf Van Rennes zanglessen aan volwassenen, maar nooit leidde zij iemand op voor een diploma, omdat ze zo'n papier maar onzin vond. Een aanlokkelijk aanbod in later jaren om zangdocente te worden aan het Amsterdamse conservatorium sloeg zij af, omdat ze haar zelfstandigheid niet wenste prijs te geven.

Jo Vincent in de tijd toen zij als "Juffrouw Jo" assistente was van Catharina van Rennes

Hoewel Catharina van Rennes geen rol heeft gespeeld in de feministische beweging, had ze wel sympathieën in die richting. Het ergerde haar dat het toentertijd voor een vrouw niet mogelijk was dirigent te worden *). Niettemin heeft ze enige malen gastdirecties vervuld. Al op 10 september 1898 was ze dirigente tijdens de kroningsfeesten in Den Haag, waar een kleine 1800 jongens en meisjes, begeleid door de kapel der grenadiers en jagers, haar Oranje-Nassau-Cantate (opus 33) voor koningin Wilhelmina uitvoerden. Verder stond zij drie keer voor het Amsterdamse Concertgebouworkest; de eerste maal, op 2 november 1905, dirigeerde ze een eigen compositie, de cantate Van de zeven zonnestraaltjes (opus 50), geïnstrumenteerd door Peter van Anrooy. Het uit handen geven van de orkestratie was in die dagen overigens heel gebruikelijk. Eén van de hoogtepunten in deze cantate is de aanhaling van het Zonnelied, opus 8, dat Van Rennes al in haar schooltijd had geschreven.

In 1912 maakte Van Rennes een tournee naar het voormalige Nederlands-Indië om daar propaganda te maken voor haar composities, die werden vertolkt door haar oud-leerlinge de sopraan Hanna Verbena, terwijl de componiste zelf achter de vleugel zat.

*) In 1908 werd in Amsterdam het derde internationale congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht gehouden. Catharina van Rennes verzorgde hiervoor de muziek. Van Rennes grootste ambitie was dirigeren, maar zover waren de rolpatronen nog niet verschoven. Het dirigeren van uitsluitend haar eigen werken gaf haar te weinig voldoening, zoals blijkt uit haar uitspraak uit 1910" "Daarom alléén kan 't me soms spijten, dat ik géén man geboren ben. Mijn liefste illusies verwezenlijkt mogen zien - die levenstaak staat jammer genoeg in onze tijd voor een vrouw nog niet open".

Wat het componeren betreft, was Catharina van Rennes zich allengs geheel gaan toeleggen op vocale werken, merendeels een-, twee-, en meerstemmige kinderliederen met pianobegeleiding. Met haar opgewekte en vaak humoristische liedjes doorbrak ze de toen heersende overtuiging dat een kinderlied in de eerste plaats braaf en moralistisch moest zijn. Origineel was ze met de door haar bedachte vertellingen aan het klavier, zoals het sprookje Heidekoninginnetje (opus 47), De kluchtige avonturen van Pop Topsy (opus 61) en Een wonderlijke nacht! (opus 71). Ook schreef Van Rennes zangwerken voor volwassenen, grotendeels voor vrouwenstemmen en -koren, zowel a capella als met pianobegeleiding, de meeste in het Nederlands, maar ook enkele in een vreemde taal. Het bekendst werden de cantate De schoonste feestdag (opus 18), de Avondcantate, opus 27, de Drei Quartette für Frauenstimmen (opus 24), het sololied Madonnakindje (opus 54) en het populair geworden Zonnelied (opus 8).

Veel van deze composities, waarvoor Van Rennes aanvankelijk geen uitgever kon vinden, werden later uitgegeven door haar - eveneens ongehuwde - broer Jacob, met wie ze samenwoonde en die tevens haar administratie verzorgde. De kinderliedjes werden gedrukt in mooie boekjes, met smaakvol geïllustreerde titelpagina's. Enige van deze muziekalbums, zoals de Kleengedichtjes van Guido Gezelle (opus 52) uit 1904, bereikten meer dan zeventig drukken en werden in het Frans, Duits en Engels vertaald. Tijdens haar zanglessen liet Van Rennes de kinderen ook zelf versjes schrijven, waarvan ze de beste in een in rood leer gebonden boekje noteerde om ze later van muziek te voorzien. Haar oud-leerlinge en assistente M. Rinkel-de Vos, liet dit na haar dood, onder de titel Liedjes uit ''t Rooie Boekje'', van kinderen vóór kinderen (1941), in druk verschijnen.

Op 9 april 1927 werd Van Rennes, ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van 'Bel Canto', op grootse wijze in de Utrechtse Stadsschouwburg gehuldigd. Kort daarna begon zij aan geheugenverlies te lijden, hetgeen gaandeweg verergerde. Soms vond men haar 's avonds verdwaasd ronddolen door de Utrechtse binnenstad. Door toedoen van enige oud-leerlingen kon ze begin 1933 in het Lutherse bejaardenoord 'Huize Klimop' te Amsterdam-Zuid worden ondergebracht. In dit tehuis had men haar Utrechtse zitkamer nauwkeurig nagebouwd, zodat zij amper zal hebben beseft dat ze was verhuisd.

Hier overleed zij, op 23 november 1940, 82 jaar oud.

Bronvermelding: Zes vrouwelijke componisten, Nancy van der Elst; Catharina van Rennes 1858-1940, Mirasound Musica 441983, Pieter Vis; Rennes, Catharina van, A.W.J. de Jonge; Zingend door het leven, Jo Vincent.

Discografie

Gelukkig zijn veel van Catharina's composities op plaat en enkele tevens op cd vastgelegd. NM Classics heeft bij het boek Zes vrouwelijke componisten een cd uitgebracht waarop van Van Rennes haar opus 24 'Drei Quartette für Frauenstimmen mit Klavierbegleitung' en opus 59 uit 'Schwalbenflug': 'Schwalbenflug' en 'Herbststimmung'. Voor het label Mirasound is in 1983 door Pieter Vis een 4-LP box uitgebracht - Mirasound Musica 441983 - grotendeels gewijd aan Catharina van Rennes. De box bevat tevens uitgebreid biografisch materiaal en talrijke foto's.

Het meeste materiaal op onderstaande cd komt van 78-toerenplaten. Van de meest populaire, zoals Madonnakindje, Wiegeliedje en Zonnelied bestaan zelfs meerdere uitvoeringen. Ik heb niet alle varianten geplaatst.

DD Records

bestelnummer cd: DDR 0806

prijs per cd: Euro 14,95 (exclusief verzendkosten)

Voor bestel info zie: Cd/Dvd-producties

Catharina van Rennes, verzamel CD

Catharina van Rennès - DDR 0806

01-Wiegeliedje, opus 1, no. 11, piano Erich Wolff, Berlijn december 1906, Odeon

02-M'n lieveken, zeg, opus ?(1921), HMV E 567, 1930

03-Lente, opus 5, no. 5, Columbia D9876

04-Zingen, Columbia D9950, 1929

05-Het Angelus klept in de verte, opus 5, no. 1, Columbia D9876

06-Engelenwacht, opus 15, no. 3, Columbia D9950, 1929

07-Kerstnacht, Columbia D9880

08- Goeden nacht, Columbia D9951

09-Kleengedichtjes, op. 52, Water dat voorbij mij vaart, Wiegedeuntje, op. 53

no.13 & Zacht is uw hand

10-Madonnakindje, Columbia DH 41

11- Bij moeder's pappot, opus 76, & Zon en zang, opus 55, Columbia D9952

12-Ruim baan, opus 63, Columbia D9952

13-Kling Klang Klokkebei, opus 73, HMV B 4606

14-Dorpskinderendans, opus 55, HMV B 4606

15-Madonna-kindje, opus 54, HMV B4609

16-Verlangens Blijdschap, opus 65, HMV B4609 (opgedragen aan Hanna Verbena)

17-Zonnelied, opus 8, no. 1, HMV B4662

18-Wiegeliedje (En over de weide), opus 1, no. 11, HMV B4662

19- Madonnakindje, opus 54, Philips N 11170 H, +/- 1950

20-De gefopte vogelaar, opus 37, Philips N 11170 H, +/- 1950

21-Wees gegroet, volschone lentetijd, Telefunken HX 1040, 1957

22-Als de Ziele luistert, opus 52, no.11, CID 130.177, 1958

23-Wiegedeuntje, opus 53, no.13, CID 130.177, 1958

24-Mij spreekt de blomme een tale, opus 52, no.9, CID 130.177, 1958

25-Zonnelied, opus 8, no.1, CID 130.177, 1958

26-Reeds spreidt de schemer, opus ?, Telefunken HX 1043, 1957

27-Avondcantate, opus 27, Telefunken HX 1043, 1957

01-Julia Culp (mezzosopraan); 02-Maartje Offers (alt); 03-08 Jo Vincent (sopr.) & Theodora Versteegh (alt)

09 & 10 Jo Vincent (sopr.) piano Betsy Rijkens-Culp; 11 & 12 Kinderkoor Bel Canto o.l.v. C. van Rennes

13-18 Hanna Verbena (sopr.), piano C. van Rennes; 19 & 20 Ad Versteden (jongens sopr.)

22-25 Nel Scheffer (sopr.) met Delfts Madrigaal Koor o.l.v. Pierre van Hauwe

21, 26 & 27 Jeugdkoor "Inter Nos" o.l.v. Jan Booda, piano Emmy van Eden; 27-Altsolo met Wilhelmina Matthes (alt)